Er is volop beweging in organisaties. Huidige economische onzekerheden maken dat klanten minder te besteden hebben en kritischer zijn op wat ze kopen. Dit geldt voor particuliere klanten, maar ook voor business to business en in de zakelijke dienstverlening. Overal zien we dat organisaties hard op kosten gaan bezuinigen om zo de marges op peil te houden. Externen vliegen eruit, arbeidscontracten worden beëindigd. Het gevolg is dat teams geen stabiele eenheden meer zijn, maar continu van samenstelling wisselen en vaak met minder mensen meer moeten presteren. Hoe hiermee om te gaan?
De neiging is om terug te trekken op de taak, nog harder werken, productie draaien, presteren. Dat is onverstandig. Een hardloper in training voor de marathon zorgt juist tijdens zware periodes extra goed voor zijn lichaam.
Wat is dan wijsheid? Wat zijn de gouden regels voor managers wanneer de druk op het team toeneemt?

Allereerst vraagt deze dynamische periode nog meer focus op het gezamenlijke doel. Dat is mogelijk de enige factor die wel stabiel is in deze periode. Weten waarvoor je bezig bent, scherpt de geest en draagt bij aan het nemen van beslissingen.

Tegelijkertijd is het zaak om teamleden te ondersteunen. Door in gesprek te gaan over wat deze onzekere perioden met hen persoonlijk doet. Het samen delen van de onzekerheid schept de gezamenlijkheid die nodig is om hard te kunnen knallen.

Altijd van belang, maar nu nog meer dan ooit: duidelijke communicatie. En daarbij geldt, het is beter te zeggen dat je het (nog niet) weet, dan helemaal niks te zeggen. Uit veel onderzoek is gebleken dat duidelijke, eenduidige communicatie een van de belangrijkste factoren is bij het gemotiveerd houden van je teamleden.

Markeer de momenten waarop je team van samenstelling wisselt, ook als dit heel regelmatig gebeurt. Neem afscheid van de vertrekkers en verwelkom de nieuwkomers. Het wijzigen van teamsamenstelling mag nooit geruisloos verlopen. Elke wijziging vraagt om een korte pas op de plaats.

En tenslotte. Blijf je successen vieren hoe klein of zeldzaam ze ook zijn.

In den beginne was er Johan Cruijff. Niet alleen zijn initialen maakten dat hij het tot godheid schopte. JC was de beste voetballer aller tijden. Of in iedere geval één van.

Na zijn actieve carrière werd het niet stil rond Johan Cruijff.  Cruijff werd trainer en vanuit zijn domicilie Barcelona brieste het  raspaard van weleer er vrolijk op los. Hij deed dat op een volstrekt eigen onnavolgbare manier. Denk aan klassiekers als: Je gaat het pas zien als je het door hebt, of Ieder nadeel heb zijn voordeel. Een eigen taal, het Cruijfiaans: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cruijffiaans

 Cruijff richtte zijn pijlen de laatste jaren voornamelijk op Ajax. Er deugt daar een hoop niet (wat ik als geboren Rotterdammer natuurlijk al lang wist, maar dit terzijde). De laatste tijd is ons raspaard bezig om met twee andere paarden (ook geen boerenknollen trouwens) ruiter te worden. Cruijff cs wil Ajax veranderen. Waar dat toe leidt zien we deze dagen pijnlijk duidelijk worden. Zo stapte het bestuur en de Raad van Commissarissen al op en wachten we op nog meer koppen die gaan rollen. Cruijff  schuwt daarbij de directe aanval niet hij schopt, drukt en dreigt. Zo zei hij tegen een bestuurslid: ‘Als jij niet doet wat wij willen, schrijven we je kapot’. . Maar op de vraag van een journalist  hoe het nu allemaal verder moet, sprak JC de geruststellende woorden: ‘Geen idee, dat is hun probleem’.

De strijd is nog niet gestreden, er komen nog meer slachtoffers, kampementen opgeslagen en posities ingegraven. De grote vraag is natuurlijk of de club Ajax hier ook maar iets beter van wordt. Want hoe groot is de kans dat de bende van Cruijff, Ajax op een vakkundige manier kan besturen?

 Paarden die ruiter willen worden. Je komt het vaak tegen. In veel organisaties is het zo dat het beste jongetje van de klas de meester mag worden. De superprofessional als leidinggevende of zelfs als directeur. Soms gaat het goed, vaak ook niet. Wanneer je de beste professional uit zijn vak haalt en laat managen, ben je je beste professional kwijt en heb je er een leidinggevende bij waarvan het maar de vraag is hoe hij in die rol overeind blijft.

 Goed leidinggeven is net zozeer een vak als dat van professional. Het vraagt een andere blik. De professional kijkt vanuit zijn ervaring. Johan Cruijff had een fluwelen techniek. Maar die techniek zegt niets over zijn vermogen de beursgenoteerde onderneming Ajax te leiden. Cruijff heeft invloed, macht zelfs, maar nauwelijks bewezen leiderschapskwaliteiten. Als hem in het verleden gevraagd werd om zijn verantwoordelijkheid te nemen, deed hij dat nooit. Ook nu weer schuift hij twee stromannen naar voren. Beide introverte intelligente voetballers. Maar leiders?

 Ajax is niet geholpen met de hulp van Cruijff. Dit raspaard moet geen ruiter willen worden. Mogelijk is er in die bekende ‘wai bai Veghel’ nog wel een plekje vrij, vlakbij dat andere raspaard in ruste. Bonfire.

Opdracht geslaagd, klantcontact verloren

Een tijdje terug begeleidde ik samen met een collega een team van een organisatie in zwaar weer. Het voortbestaan was in het geding, medewerkers liepen weg naar de concurrent en de klanten bleven weg. Er moest wat gebeuren.
Bij de start van de teamdagen troffen wij een team dat voorzichtig en afwachtend opereerde. Er was sprake van onderling gedoe spraken en er klonk kritiek op de directeur, maar dan vooral in de wandelgangen. Teamleden leken verantwoordelijkheid te mijden en waren als verlamd in de greep van onzekerheid. Het was noodzakelijk dat het team snel de verantwoordelijkheid naar zich toe zou trekken omdat het anders definitief weggleed.

Wat doe je dan als procesbegeleider? Een klassiek procesbegeleidersdilemma dient zich hier aan: ga je trekken aan de groep om ze zo verder te helpen, met het risico de verantwoordelijkheid over te nemen of leg je de verantwoordelijkheid bij de groep met het risico dat er niks gebeurt. Wij kozen voor het laatste om de groep zelf in beweging te krijgen.
Op de ochtend van de tweede dag deden wij een ongebruikelijke interventie. Wij legden de verantwoordelijkheid voor de invulling van het programma bij de groep zelf. Dat leidde tot gemor: maakten wij er ons als begeleiders er niet al te gemakkelijk vanaf?
Maar het team ging aan de slag en besloot de dag met een aantal concrete afspraken.

Na de tweedaagse bleef het stil. Op ons voorstel om nog wat teamcoaching on the job te doen als nazorg reageerde het team niet en de evaluatie van de tweedaagse kwam er ook maar niet van. Pas maanden later troffen we de opdrachtgever. Een tevreden man. Het liep lekker in het team, de negatieve spiraal was omgebogen, de teamleden waren actief en zelfstandig bezig en zelf had hij weer meer zijn handen vrij om naar buiten te gaan, naar de klanten toe. Compliment voor de procesbegeleiders zou je zeggen. Maar nee. Ons werd verteld dat verdere samenwerking met ons door het team niet meer op prijs werd gesteld. Opdracht gehaald, klantcontact verloren.

Wat was er gebeurd? Op het eerste werkoverleg na de tweedaagse waren de gemoederen hoog opgelopen. Wij, de procesbegeleiders, hadden ons werk niet goed gedaan. We hadden op de tweede dag onvoldoende gestuurd en hadden het team aan zijn lot overgelaten. Het was duidelijk dat de chemie tussen ons en het team verloren was gegaan. De houdbaarheid van ons als adviseurs was voorbij.

Hoe dit te duiden? Hebben wij ons werk niet goed gedaan? Is hier sprake van een autonoom proces? Ik denk dat wat hier plaats heeft gevonden, een mooi staaltje is van toegepaste groepsdynamica. Ooit zij Bart Kuypers, groepsdynamicagoeroe, het volgende tegen mij: als je dit vak wilt uitoefenen, moet je niet de behoefte hebben aardig gevonden te worden. Waar hij op duidde is het fenomeen dat je als procesbegeleider soms tegen de haren in moet strijken om resultaat te boeken. Onze interventie zou (en ik zeg zou omdat het directe verband helaas niet te bewijzen is) weleens gefungeerd kunnen hebben als de (onbewuste) wake-up call voor het team. De teleurstelling en de boosheid die achteraf ontstonden heeft het team samen gebracht. Soms is een externe vijand nodig om intern tot elkaar te komen. Onze interventie was de stok om de hond te slaan. En ogenschijnlijk met effect. Het team functioneert stukken beter dan voorheen.

Groepsdynamica is de leer van de onbewuste processen. Teams leren wanneer je het onbewuste bewust kunt maken. Dan kunnen niet-functionele processen doorbroken worden. Wat ons niet is gelukt is het onbewuste bewust te maken. Wat mogelijk wel is gelukt is het doorbreken van het niet-functionele proces. Tegelijkertijd zijn we een klant kwijt geraakt. Dat kon gebeuren omdat het echte effect van onze interventie pas optrad na de tweedaagse, op een moment dat wij er niet waren om uit te leggen wat zich afspeelde. En zo kon het gebeuren dat een tevreden klant opeens ontevreden werd terwijl alle doelen gehaald zijn. En dat is het tragisch lot van de procesbegeleider.

Het Nieuwe Werken is de trend. De term, bedacht door Bill Gates van Microsoft in 2005, duikt te pas en te onpas op. Kern ervan is dat je als medewerker werkt waar je wilt en wanneer je dat wilt. Als je daar even op doordenkt ligt de conclusie voor de hand dat met het nieuwe werken het einde van de samenwerkcultuur in zicht is. Fysiek contact neemt af, medewerkers gaan zelfstandiger en individueler te werk, teams zijn ten dode opgeschreven.

En dat moet niet gebeuren. Herhaaldelijk heeft onderzoek aangetoond dat teams werk sneller en beter uitvoeren dan een groepje solisten. Het nieuwe werken zou voor organisaties dus wel eens contraproductief gaan werken.

Beter: Het Nieuwe Samenwerken
Hoe voorkomen we dit? Hoe blijven we met elkaar zorgen voor voldoende diepgang die alleen bereikt kan worden door echt samen te werken met anderen? Door de meerwaarde van samenwerken heel helder te maken. Bij het nieuwe samenwerken gaat het niet om de kwantiteit van het contact, maar om de kwaliteit. Hier is veel te leren van (mislukte) experimenten rond de zelfsturende teams en virtuele teams. Wil je dat mensen met elkaar samenwerken terwijl ze over het algemeen solistisch werken dan zijn de toverwoorden: leiderschap, structuur en cultuur. Het nieuwe samenwerken vraagt een stijl van leidinggeven die is gebaseerd op vertrouwen en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid.

Wat werkt hierin goed?
• Maak teamleden verantwoordelijk voor de samenwerking.
• Faciliteer het hoe gaan we het doen, en laat het wat los. Zorg voor de juiste communicatieve middelen, telefoon, chat, videoconferences.
• Maak duidelijke afspraken over wanneer het virtuele contact plaatsvindt en welk doel dat dient.
• Zorg voor de noodzakelijke fysieke contactmomenten. Maak die momenten meer dan de moeite waard. Voorkom eindeloze agenda’s met operationele punten, maar creëer boeiende bijeenkomsten met voldoende tijd voor reflectie en teamleren.

Alleen zo ontstaat er een cultuur waarin de teamleden weten wat ze alleen willen en kunnen doen, maar, belangrijker, een samenwerkingscultuur waarin de teamleden elkaar (virtueel) opzoeken als het echt iets oplevert. Dan is het nieuwe werken niet het einde van samenwerking in organisaties, maar een verfrissend nieuw begin ervan.

Feedback geven? Niet doen!

  • “Zo doen wij dat hier nu eenmaal…”
  • “Ja, als ik het aan het secretariaat vraag dan duurt het uren, ik doe het zelf wel.”
  • “Zij van kwaliteitsbewaking frustreren het proces alleen maar!”
  • “Ik kan maar beter niets zeggen; als ik wel wat zeg gebeurt er toch niks mee.”

Zomaar wat voorbeelden van hoe er in organisaties gekeken wordt naar collega’s, werkwijzen, taakopvatting, samenwerking of eigen functioneren. Hardnekkige beelden, vol overgave verwoord. Maar ook beelden waar louter betrokkenheid uit spreekt en goede bedoelingen aan ten grondslag liggen. Wanneer het een team lukt dit soort beelden op een constructieve manier in te zetten, ontstaat er een stevige basis voor een veel beter functionerend team.

In een MT dat ik begeleidde ontstond een enorme discussie tussen het hoofd van de afdeling verkoop en het hoofd van de afdeling productie. Verkoop snapte in de ogen van Productie niet wat precies het aanbod aan de klant was. Productie was volgens Verkoop veel te star in zijn opstelling. Het ging er fel aan toe. Maar waren het daarmee ook nare types? Welnee. Beide mannen waren juist erg betrokken met hart voor de zaak. Aan de hans was dat het klassieke beeld van onbegrip tussen de twee afdelingen met elk incident versterkt werd. Hoe gaat zoiets? Iedere kort-door-de-bocht-order die Verkoop sloot bevestigde bij Productie het reeds bestaande beeld. De interpretatie van de acties van Verkoop, kostte maar bar weinig tijd: ‘Zie je nou wel!’

Vicieuze cirkel

Wat te doen? De enige manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken is om de beelden die ten grondslag liggen aan ons gedrag flink aan te pakken. En nog preciezer, ook de goede bedoelingen die achter de beelden zitten. We kunnen wel feedback gaan geven: ‘Ik wil graag dat jij meer openstaat voor mijn ideeën!’, maar dat wordt al snel gehoord als ‘ Ik wil dat je doet wat ik zeg!’

En dus heeft de hierboven genoemde Hoofd Verkoop zijn collega van Productie een dag meegenomen naar klanten. Zo sneed het mes aan twee kanten. Het Hoofd Productie kon zijn beelden over “snelle niets ontziende verkopers met alleen maar oog voor de centen” bijstellen. En het Hoofd Verkoop kreeg van het hoofd Productie allerlei handige alternatieven aangeboden die ze konden produceren en verkopen.

Voorbij het beeld en expliciteren. Investeer tijd, kom uit de loopgraven en ga op onderzoek uit. Want expliciteren is het begin van accepteren en waarderen. En dat is weer het begin van lekker lopende, goed presterende teams.

Enkele reis ellende

Het zijn veel bewogen weken die Maxime Verhagen en zijn CDA-fractie ons voorschotelde. Stappen we wel of niet in een regering met gedoogsteun van Geert Wilders? Achter de massief eiken fractiedeur vond een heus groepsdynamisch spektakel plaats. Ellenlange discussies, emotionele uitbarstingen, heuse dissidenten en groepsdruk, moeizaam geformuleerde compromissen.

De ‘dolle rit op een achtbaan’ (Verhagen) lijkt nu voorbij. Camiel Eurlings liet optekenen: “Ik heb er vertrouwen in dat Maxime en zijn team geen gekke dingen laten gebeuren”.

Maxime en zijn team. Kan er in dit geval al (of nog) gesproken worden van een team? Ik denk het niet. Twee dissidenten stonden onder immense druk om in te stemmen met de gedoogconstructie. Na eindeloos beraad zijn de twee overstag, maar daags na het moeizaam bereikte akkoord staan ze de pers opnieuw strijdvaardig te woord.

Naar het fenomeen groepsdruk is veel onderzoek gedaan. Al in de 70-er jaren toonde Solomon Asch in verschillende experimenten aan dat mensen hun mening aanpassen aan die van een grotere meerderheid. Dat ging zover dat mensen ook een feitelijke correcte mening aanpaste aan de feitelijk incorrecte mening van de meerderheid. Vanuit de korte termijn geredeneerd is dit logisch. Zeker in een nieuwe (immers gehalveerde) groep, zoals de CDA-fractie, gaan mensen ver om erbij te mogen horen. De vraag is dan ook hoe het de dissidenten vergaat als de tijd verstrijkt. Als ze signalen blijven ontvangen die hen zal bevestigen in hun eerder geformuleerde mening waarvan ze onder druk afstand hebben gedaan.

Een mogelijkheid is die van de cognitieve dissonantie. Dit is een psychologisch fenomeen waarin mensen onder druk hun mening herzien en om vervolgens hun gedrag hierop aan te passen. Als je bijvoorbeeld kunt kiezen uit twee huizen en je moet om prijstechnische redenen kiezen voor het huis dat je het minst mooi vindt, dan zul je vervolgens allerlei argumenten gaan zoeken en vinden die bevestigen dat het minder mooie huis toch eigenlijk veel beter bij je past, een betere ligging heeft enzovoorts. Je houdt jezelf met andere woorden voor de gek om je gevoel van spanning weg te krijgen.

Vermoedelijk zal dit mechanisme bij de twee dissidenten niet in werking treden. Daarvoor zijn er teveel bezorgde CDA-ers die hen zullen blijven stimuleren hun oorspronkelijke mening vast te houden. Waarschijnlijker is dat de twee dissidenten beschadigd en boos zijn. Ooit zullen ze de fractie terugpakken voor alles wat er over hen is gezegd, zoals dat ze verraders zijn, en wat ze is aangedaan achter die massieve deur.

Het wachten is op een geschikt inhoudelijk moment. Dat moment gaat komen. Zo werken nou eenmaal de groepsdynamische wetten. CDA-fractie een team? Nee.

In the good old seventies mocht je nog gewoon hele enge sociaal psychologische experimenten doen, zonder dat er een haan naar kraaide. Bekende voorbeelden zijn het Stanford gevangenisexperiment van Zimbardo en die van Milgram waarin nepdeelnemers stroomstoten toegediend kregen. Dat mag (gelukkig) niet meer om begrijpelijke ethische redenen. Tv-programma’s zoals Big Brother en Expeditie Robinson, gebaseerd op dit type experimenten, blijken keer op keer grote hits.

De Chileense mijn is, onbedoeld en ongewild, een nieuw sociaal psychologisch experiment. 33 Mijnwerkers (kompels) zitten zeker drie, maar misschien wel vier maanden, ondergronds vast in afwachting van een tunnel die gegraven moet worden om hen te redden. Volgens de eerste berichten gaat het redelijk goed ze. Zo doorstonden ze de eerste beproeving, overleven, door samen 17 dagen een noodrantsoen te delen, dat bedoeld was voor 2 tot 3 dagen. Nu begint het grote wachten. De kompels krijgen door een buis eten (vloeibaar), water en zelfs kleine bijbeltjes en wijn. Allerlei hulptroepen staan klaar om hen bij te staan. Zelfs specialisten van de NASA. Het is mooi dat de NASA haar kennis ter beschikking wil stellen. Er zijn alleen wel twee cruciale verschillen tussen een zelfgekozen ruimtereis en een ongewild verblijf onder de grond.

Allereerst is het zo dat astronauten voorbereid zijn op hun isolement. Ze trainen erop en ook op het optreden van onverwachte omstandigheden. De kompels waren niet getraind en niet voorbereid. Zij weten niet wat hen te wachten staat tijdens hun verblijf onder de grond. Een tweede verschil is dat de astronauten taken hebben. Hun isolement heeft een gezamenlijk doel en kent talloze routines en nuttige tijdsbesteding. Voor de kompels ligt dat anders. Hun belangrijkste doel is overleven en proberen niet gek te worden. Daar is weinig gezamenlijks aan. Er zijn ook nauwelijks taken te verdelen, behalve minimale activiteiten om de ruimte leefbaar te houden. In de eerste berichten horen we dat de kompels spelletjes doen, grappen maken en het volkslied zingen. Dat houd je geen maanden vol.

Het is voor de kompels en hun welzijn van belang dat er naast de aandacht voor het individuele welzijn ook aandacht komt voor het welzijn van de groep. We weten uit de groepsdynamica dat er na een eerste fase waarin de groep bezig is met het formuleren van het bestaansrecht, een fase komt waarin er strijd komt, kleine irritaties groot aandoen, en subgroepen ontstaan waarin gestreden wordt om de macht: wie bepaalt wat er gebeurt, wie krijgt de beste slaapplaats, naar wie wordt er geluisterd.

Wat helpt is als er een duidelijk doel en een duidelijke taak en taakverdeling is.

De kompels weten dit vermoedelijk niet. De fase van strijd zal hen overvallen zoals het hen overviel dat de mijn instortte. Het helpt als hen wordt uitgelegd wat ze nog kunnen gaan verwachten. Daarnaast moeten de kompels betekenisvol werk krijgen. Het liefst met een gezaghebbend persoon zoals bijvoorbeeld de Chileense president als opdrachtgever.

De komende weken gaan ons veel leren over de dynamiek van groepen. Laten we hopen dat dit leren niet ten koste gaat van de mensen in de mijn.

Dit blog verscheen eerder op howtomanage

Talent benutten loont!

Feit 1: Mensen die doen waar hun talenten liggen blijven gezonder.

Feit 2: Teams presteren beter wanneer de talenten van de teamleden goed benut worden

En toch doen in veel teams teamleden niet het werk dat past bij hun talent.

Neem Simone. Simone werk al jaren in het team schadebehandeling Particulieren van een grote verzekeringsmaatschappij. Nauwgezet werkt ze aan schademeldingen. Haar manager is dik tevreden met Simone, maar minder met het team. Hij vindt ze te afwachtend en weinig initiatiefrijk. In het team weet niemand dat Simone in haar vrije tijd fanatiek tennist en voorzitter is van de plaatselijke tennisclub. In die functie laat zij heel andere talenten van zichzelf zien. Hoe kan het nu dat Simone talenten die ze heeft en die het team goed kan gebruiken niet inzet in het team?

In mijn werk als teamconsultant werk ik graag met de Teamrollen van Belbin. De Teamrollen brengen haarfijn in beeld welke talenten een team in huis heeft. Ze geven ook inzicht in welke verborgen talenten er zijn. Talenten die er gewoon zijn, maar niet worden benut. De ondernemende kwaliteiten van Simone zouden met behulp van een Teamroltest ongetwijfeld aan het licht komen.

Hoe komt het nu dat aanwezige talenten niet worden benut? Vaak omdat ze simpelweg niet herkend worden. Of ze worden onvoldoende gewaardeerd omdat de (vaak teveel) aanwezige talenten de norm vormen. Als er in een team heel veel daadkrachtige, ondernemende mensen zitten, dan zal de analytische denker al snel als zonderling worden weggezet. Die talenten raken dan ondergesneeuwd en worden alleen nog ingezet in privésituaties. Wij komen maar al te vaak mensen tegen die zeggen ‘thuis ben ik heel anders dan op mijn werk’. Die zin is een belangrijk signaal voor het opsporen van verborgen talent.

Wil je je team, je organisatie en je teamleden een dienst bewijzen: zaklamp aan en op zoek naar al dat verborgen of ondergewaardeerde talent! Het is al in huis.

Lessen uit de sport

Op het congres spraken onder andere wondercoach Guus Hiddink en zijn basketbalevenknie Ton Boot. Zo gaandeweg de dag tekende ik een aantal waarheden op kenmerkend voor hoe er in de sport naar teams en de ontwikkeling daarvan wordt gekeken.

Een overzicht:

  • De coach is de norm. Spelers hebben zich daaraan aan te passen.
  • Tevredenheid is ondergeschikt aan resultaten. Als er resultaten zijn komt de tevredenheid vanzelf.
  • Persoonlijke doelen mogen nooit de teamdoelstellingen overstijgen (hier werd de naam van een voetballer genoemd, maar ja, die geheimhouding….)
  • Als iemand niet bijdraagt aan het team moet hij eruit.
  • En over het omgaan met verschillende persoonlijkheden en culturen: ‘Ik pas me niet aan, dat is nergens goed voor’

Duidelijke taal, gebezigd door coaches die tot de meest succesvolle van hun sport gerekend worden. Hoezo luisteren naar je teamleden? De coach is in alles de baas, doelen zijn heilig. Met deze boodschap verdienen de coaches overigens aardig bij in het bedrijfsleven met deze visies op hedendaags leidinggeven. Sport staat dan parallel voor het bedrijfsleven. Wat te doen nu, als je je als manager luistert naar deze successtories van de Nederlandse sport? Klopt de parallel en is het vanaf nu dan klaar met het situationeel leidinggeven? Behoort het streven naar eigen verantwoordelijkheid tot het verleden?

Ik denk het niet. Het is weliswaar verleidelijk de lessen uit de sport te plakken op teams in het bedrijfsleven. Maar er is echt een levensgroot verschil. Voor ieder sportteam is het klip en klaar waarom het op aarde is. Om de wedstrijd te winnen. Als de wedstrijd verloren gaat, moet het team beter zijn best doen en de volgende wedstrijd winnen.

Door deze eendimensionale doelstelling is het ook betrekkelijk eenvoudig om de bijdrage van de spelers meetbaar te maken: hoe vaak scoorde de spits, hoe vaak werd de verdediger gepasseerd (dat is dan dus niet goed). De taakverdeling komt voort uit de door de trainer gekozen strategie om het doel te bereiken.

Zo simpel is het helaas niet in het bedrijfsleven. Want zegt u eens eerlijk: Hoe helder zijn de doelstellingen van uw team? En hoe duidelijk is de bijdrage van uw spelers aan het realiseren van die doelstellingen? Ik vermoed dat er heel wat lezers zijn die zich een flinke tijd met deze vragen kunnen bezighouden. Wat we wel kunnen meenemen uit de vergelijking met sport is dat een scherp geformuleerde doelstelling vertaalt naar resultaten, maakt dat beter te zien is hoe het team presteert en op weg is te winnen.

Over de groepsdynamica van onze regering.

Balkenende blijft, back to business zou je zeggen. Maar zo eenvoudig zal dat niet zijn. Door de openlijke flirt van Balkenende met Brussel is de groepsdynamica binnen het kabinet weer volop in beweging.

Anders dan teams in het bedrijfsleven is de groepsdynamica van een kabinet vrij voorspelbaar. Na de eerste aftastende fase vindt men een modus hoe met elkaar om te gaan en die modus blijft zo’n vier jaar in stand tot de volgende verkiezing. Als de modus niet volstaat valt het kabinet. Inhoudelijke meningsverschillen zegt men dan.

Teams in het bedrijfsleven kennen vaak een minder voorspelbaar bestaan. Teamleden komen en gaan en daardoor zullen teams steeds zich opnieuw moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Elke keer dat er in een team veranderingen in de samenstelling optreden zullen de teamleden zich opnieuw moeten committeren aan het team, de teamdoelstellingen en de manier van werken. Gebeurt dat niet, dan zal het team suboptimaal functioneren.
De voorspelbare modus van het kabinet is door het mogelijke vertrek van Balkenende weggevallen. De getrouwen van Balkenende zullen zich hebben afgevraagd hoe het vertrek van hun leider op te vangen, Maxime Verhagen zag zich al zitten in het Torentje en de opponenten van Balkenende hoopten op nog twee mooie jaren in een opgefrist kabinet.

Dat gaat dus allemaal niet door. En de vraag is nu wat de consequenties zijn. Heeft Balkenende aan gezag ingeboet doordat zijn missie is mislukt en er nu dus twijfel is aan zijn commitment? Of is zijn positie misschien versterkt nu hij toch wel mooi kanshebber was op een Europese topfunctie? En wat zal dit betekenen voor de leden van het kabinet? Donner kan gerust ademhalen, zijn JP blijft. De modeltreintjes kunnen weer uit de kast. Maar Maxime Verhagen dan. Niets gevaarlijker voor een team dan een teamlid dat aan de macht heeft geroken en daarna weer terug in de kast moet. Zal hij het leiderschap van Balkenende kunnen accepteren?

Duidelijk is dat de verhoudingen niet meer zijn wat ze een paar maanden geleden waren. Met een aantal hoofdpijnbeslissingen voor de boeg staan ons als toeschouwers nog boeiende tijden te wachten.

Back to business? Ik dacht het niet.

© 2011 | jaco van der schoor vormgeving: gebr.nl